|
Google besteed meer aan lobbyisten dan Microsoft
Gepubliceerd: Maandag 15 augustus 2011
www.webwereld.nl
Auteur: Uhro van der Pluijm
Microsoft was jarenlang koploper onder de it-lobbyisten. Maar Google besteedt nu voor het eerst meer geld aan lobbyisten in de VS dan Microsoft.
Google heeft in het afgelopen kwartaal 2,06 miljoen dollar uitgegeven aan lobbyprojecten in de Verenigde Staten. Het bedrijf haalde met dat bedrag voor het eerst Microsoft in. Dat bedrijf blijft steken op een lobbybudget van 1,85 miljoen.
54 procent groei
De softwaregigant uit Redmond gaf daarmee ongeveer hetzelfde uit aan lobbyisten als in dezelfde periode een jaar geleden. Het budget van Google groeide ten opzichte van vorig jaar echter met 54 procent, zo meldt BusinessWeek. Google gaf zoveel uit aan lobbyen omdat het bijvoorbeeld grote overheidsdiensten wil overhalen om gebruik te maken van Google Apps.
Daarnaast gaf het bedrijf veel geld uit om klachten aan te vechten die anderen bij de overheid hadden ingediend. Niet zelden kwamen deze klachten uit Redmond. Zo vocht Microsoft de overname van ITA Software door Google aan. Overigens negeerde het Amerikaanse ministerie van justitie Microsofts klachten en mocht Google dat bedrijf toch inlijven.
Immigratiebeleid
Microsoft gaf volgens BusinessWeek op haar beurt geld uit aan een lobby voor de online distributie van boeken die niet meer gedrukt worden. Ook lobbyde het bedrijf voor online veiligheid, online veiligheid voor kinderen, onderwijs in wiskunde en natuurkunde, maar opvallend genoeg ook voor hervorming van het Amerikaanse zorgstelsel en het Amerikaanse immigratiebeleid.
Artikel van Koen Droste in het Financieel Dagblad
Zijn stelling:
Internet dwingt transparante lobby af
In het digitale tijdperk is de online achterban één van de krachtigste middelen van de beinvloeding.
Met de juiste inzet van digitale middelen kan tegenwoordig ieder individu een onderwerp kapen.
Lobbyisme
Lobbyorganisaties kunnen als lobbyinstrument facadeorganisaties oprichten, die de indruk van neutraliteit moeten wekken. De informatie is dan zogenaamd neutraal en veronderstelt een publiek debat.
“Het hele systeem van lobbyisme in de Europese Unie noemen we lobbycratie”, zegt Pia Eberhardt, beleidsmedewerker handel van lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO). “Dat is enerzijds het enorme leger van lobbyisten dat verscheidene technieken gebruikt om het beleid te beïnvloeden. Anderzijds gaat het om de Europese instellingen die erg openstaan voor de invloed van lobbyisten en dan vooral van bedrijfslobbyisten.”
(www.dewereldmorgen.be)
Lobby voor WK Voetbal 2018
Veel landen willen WK voetbal 2018 organiseren
Burgemeester Van Gijzel van Eindhoven heeft op 4 maart 2009 het lobbykantoor voor de WK Voetbal 2018 geopend.
Hill & Knowlton is aangesteld als het officiële communicatieadviesbureau voor de gezamenlijke kandidatuur van België en Nederland voor de FIFA World Cup 2018 en 2022
Tot en met de stemming van het FIFA Executive Committee in december 2010 is Hill & Knowlton verantwoordelijk voor de strategie en uitvoering van alle wereldwijde communicatieactiviteiten van de kandidatuur.
Het wereldkampioenschap voetbal in 2018 gaat naar Rusland. Dat heeft het uitvoerend comité op 2 december 2010 bepaald. Qatar kreeg het WK in 2022 toebedeeld.
21-5-2011 | Het Financiele Dagblad, Laurens BerentsenGaby de Groot
In de nieuwe Eerste Kamer, die maandag wordt gekozen, is een hoofdrol weggelegd voor uitgesproken lobbyisten. Welke rol gaan zij spelen en hoe zijn de kaarten verdeeld in de senaat?
Den Haag/Amsterdam
De fractievoorzitters in de Eerste Kamer van PvdA, CDA en D66 kunnen binnenkort op dinsdag even de koppen bij elkaar steken om de bestuursvergaderingen van VNO-NCW voor te bereiden. Ze zijn alle drie bestuurslid van de werkgeversorganisatie en komen elkaar dinsdags vanzelf tegen op de vaste vergaderdag van de senaat.
PvdA-fractievoorzitter Marleen Barth is als voorzitter van GGZ Nederland professioneel lobbyist voor de geestelijke gezondheidszorg. CDA-collega Elco Brinkman vervult die rol bij Bouwend Nederland. D66-fractieleider Roger van Boxtel is de baas van zorgverzekeraar Menzis. Samen zitten ze in het algemeen bestuur van VNO-NCW. VVD-aanvoerder Loek Hermans ten slotte, heeft MKB-Nederland verruild voor het voorzitterschap van de Europese lobbyclub voor midden- en kleinbedrijf. De nieuwe Eerste Kamer, die maandag wordt gekozen door de leden van de Provinciale Staten, krijgt zo opvallend veel prominente lobbyisten op de voorste rij.
Het lidmaatschap van de ’chambre de réflexion’ is een deeltijdbaan. De Kamer vergadert één dag per week. Zij toetst dan wetten die de Tweede Kamer al zijn gepasseerd, met enige afstand tot het politieke strijdgewoel en op basis van juridische deugdelijkheid en praktische uitvoerbaarheid.
Vooral voor dat laatste, de confrontatie met de praktijk, geldt het als een plus dat senatoren geen voltijdspolitici zijn, maar met één of twee benen in een andere maatschappelijke werkelijkheid staan.
Dat dubbelfuncties het risico in zich dragen van belangenverstrengeling, wordt onderkend. Egbert Schuurman, die na bijna dertig jaar afscheid neemt als senator van de ChristenUnie, waarschuwde vorig week in deze krant dat de genoemde fractievoorzitters de belangen die zij professioneel behartigen, niet thuis laten liggen als zij naar de Eerste Kamer komen om wetten te beoordelen.
Transparantie is voor veel senatoren het toverwoord om zelfs de schijn van een dubbele agenda te voorkomen. Openheid over andere broodheren en wegblijven van beleidsterreinen die daarmee te maken hebben, is het devies. Voor sommigen wordt het echter lastig deze stelregel consequent na te leven. Het palet aan bijbanen van bijvoorbeeld Brinkman en Hermans is zo breed, dat zij nauwelijks nog leiding aan hun fracties kunnen geven als zij alle voetangels en klemmen willen ontlopen.
Frank de Grave is een senator die een pakket aan functies meebrengt naar de Kamer. De oud-minister van Defensie en het voormalige Tweede Kamerlid van de VVD zit drie dagen per week de Orde van Medisch Specialisten voor. Daarnaast is hij voorzitter van het bestuur van de coöperatie PGGM, de enige aandeelhouder van het pensioenfonds voor de zorg, en heeft hij diverse advies- en toezichthoudende functies.
Volgens De Grave is het een zaak van zijn partij of zijn functies verenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Eerste Kamer. De VVD heeft die vraag met ’ja’ beantwoord. Zelf ziet hij ook geen problemen. Hij belooft zich in de Kamer verre te houden van de medisch specialisten. ’De partij moet erop kunnen vertrouwen dat een senator zijn rollen kan scheiden’, zegt hij . Hij vindt dat daarin geen verschil bestaat tussen een lobbyist - De Grave: ’De Orde van Medisch Specialisten is geen lobbyclub’ - en bijvoorbeeld een hoogleraar. ’Die brengt ook het belang van het onderwijs met zich mee.’
’Belangenorganisaties hechten grote waarde aan een handlanger in de Eerste Kamer’, zegt politicoloog en lobbydeskundige Rinus van Schendelen. ’Senatoren relativeren dat meteen en zeggen altijd dat ze voor het algemeen belang in de Eerste Kamer zitten.’
De verwachtingen van lobbyclubs zijn te hooggespannen en de relativeringen van senatoren doen de werkelijkheid geweld aan, stelt de Rotterdamse hoogleraar. De ’Brinkmannen en Hermansen’ oefenen volgens hem in de senaat wel degelijk invloed uit op terreinen die ze vanuit andere functies na aan het hart liggen. Ook al voeren zij daarover niet zelf het woord. ’Zij wijzen in de fractie aan wie een onderwerp behandelt en onder de koffie wordt veel bijgepraat’, aldus Van Schendelen.
Verder is er het politieke ruilverkeer, doceert Van Schendelen. De ene senator laat zijn onverdachte collega voor hem de kastanjes uit het vuur halen. De volgende keer zijn de rollen omgedraaid. Indirect lobbyen is het meest effectief, weet de politicoloog, en is nooit transparant te krijgen.
Maar de invloed van de Eerste Kamer moet niet worden overtrokken, zegt Van Schendelen ter geruststelling. De senaat laat zijn invloed pas echt gelden als hij een wetsvoorstel verwerpt. En dat gebeurt hoogst zelden
Verhagen wil lobbykantoor SNV sluiten
Het kantoor van ontwikkelingsorganisatie SNV in Washington moet snel resultaten gaan behalen. Anders dreigt sluiting. Het is onduidelijk wat de exacte meerwaarde is van het lobbykantoor van de grotendeels door de Nederlandse belastingbetaler gefinancierde hulporganisatie.
In 2008 opende de organisatie een kantoor in de Verenigde Staten om daar voet aan de grond te krijgen bij bijvoorbeeld grote organisaties als de Gates Foundation of de Rockefeller Foundation. Onduidelijk is wat dat in het laatje heeft gebracht. Een woordvoerder van SNV stelt dat het kantoor nu al twee keer zoveel oplevert als het kost. Maar bedragen wil hij niet noemen. Eerder werd benadrukt dat er vooral in SNVUSA wordt geïnvesteerd en dat dit later tot resultaten moet gaan leiden
In Washington is een Amerikaanse directeur aangesteld. Deze Neil Ghosh heeft twee man personeel onder zich. SP-Kamerlid Irrgang spreekt van een „schimmig lobbykantoor waarvan zowel doel, kosten als resultaten onduidelijk zijn”.
SNV, dat zich inzet voor ’duurzame armoedebestrijding’, ontvangt jaarlijks 90 miljoen euro subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zo’n 12 miljoen euro wordt nu door eigen lobbyactiviteiten binnengehaald.
Recent raakte SNV in opspraak omdat het de salarissen van de top, ondanks een oproep daartoe door Verhagen, niet wilde verlagen. De minister besloot daarop de organisatie een strafkorting op te leggen van ongeveer 100.000 euro
ECSB Secretariat :: <infoecsb.org>
Pre-RENT Conference Policy Forum: Entrepreneurship Policy within the Context of a Globalized Financial Crisis - 17 November 2010
Time: 17 November 2010
Place: Maastricht University, Maastricht, the Netherlands
The 24th RENT Conference will provide a forum for discussing some of the latest research evidence with respect to entrepreneurship policy within the context of a globalized financial crisis. By focusing on entrepreneurship policy within the context of a globalized financial crisis, the forum will provide an opportunity to discuss the effects of the worldwide financial crisis and will consider the policies required for overcoming it through economic growth and employment. Policy responses have thusfar primarily tended to focus on the effects of financial and commercial contagion among the stock markets and related institutions, with less attention being paid to preparing entrepreneurial firms with the capability for developing resilient strategies based on innovation and diversification.
Representatives from the European Commission, National and Regional Governments, Banking and Financial institutions, entrepreneurs and researchers will join in this one day forum to address these critical issues with a view to articulating the varied entrepreneurship policies required in different parts of Europe.
Financieel Dagblad/Optiek d.d. 24 april 2009
Huidige Brusselse registratieregeling op
vrijwillige basis vergroot onduidelijkheid
Eurocommissaris Kallas waarschuwde onlangs weer voor
de invloed van denktanks op beleidmakend Brussel. Als
‘stille lobbyist’ zouden denktanks zich onttrekken aan het
lobbyregister. Een naïeve oproep die enerzijds een
vooroordeel bevestigt als zouden lobbyisten democratie
ondermijnend werken, en anderzijds bevestigt dat men in
Brussel nog steeds geen consistente omgangsregels voor
lobbyende organisaties heeft.
In Nederland zijn we minder bekend met het
fenomeen van denktanks. Beschouw ze als een soort
‘ideeën-en standpunten fabrieken’. Denktanks organiseren
debatbijeenkomsten, publiceren onderzoek en nemen
stelling in over bepaalde maatschappelijke-of politieke
issues. Dat doet men door deskundigen om input vanuit
diverse invalshoeken te vragen. Doorgaans met
transparante financiering van bedrijven, NGO’s en
overheden. Lobbyen valt buiten de core business van een
denktank. Men gaat niet naar een ambtenaar of politicus
om voor of tegen een bepaald standpunt te pleiten.
Hoogstens om de voor-en nadelen van een onderwerp te
belichten.
Als Kallas denktanks wegzet als ‘lobbyisten’ die zich
derhalve moeten inschrijven in het lobbyregister, is dat
onjuist omdat hij dan voorbij gaat aan de kernactiviteiten
van denktanks. Verder diskwalificeert Kallas onbedoeld
ook de tot dusver overbodig gebleken
lobbyregistratieregels. Deze zijn sinds juni 2008 in Brussel
van kracht. Met registratie conformeert iemand zich aan
een gedragscode. Circa 1.300 organisaties hebben zich in
het register van de Commissie ingeschreven. De registratie
is niet verplicht.
Het is logisch dat een dergelijke vlees-nog-vis vereiste
tot onduidelijkheid leidt. Iedere organisatie maakt nu haar
eigen afweging. Ook advocaten die in Brussel actief zijn,
kregen eerder het verwijt onvoldoende te registreren. Er
ontbreekt echter een eenduidige definitie wie zich wel en
wie zich niet moet registreren.
Overigens wil het Europees Parlement iets anders dan
de Europese Commissie met lobbyregulering. Al bijna een
jaar is men met elkaar in gesprek om tot een zekere
uniformiteit te komen. In de tussentijd vindt de Europese
Commissie zelf dat het vrijwillige lobbyregister goed functioneert.
En toch is de tactiek van Kallas om invloed van lobbyisten op Europees beleid op de publieke agenda te houden, evident. Hij zet regelmatig een groep lobbyisten ‘in de hoek’. Tegelijkertijd is Commissie noch Parlement bij machte om echte slagen te maken. Dat is jammer, want het gaat ten koste van de reputatie van de lobbyende beroepsgroep.
Meer transparantie van het lobbyproces steun ik van harte. De hiervoor in Brussel en Washington gekozen instrumenten van al dan niet verplichte registratie door lobbyisten creërt schijntransparantie. Mijn alternatief is simpel evenals effectief. Leg de legistratieverantwoordelijkheid van een lobbyinterventie daar waar hij thuishoort: bij de ambtenaar of politicus. Door ieder extern informatiemoment vast te leggen — of dat nou een lobbygesprek, onderzoeksrapport of opinieartikel is —
te registreren wordt pas écht inzichtelijk hoe opinievorming bij een beleidsmaker plaatsvond.
Het zou Kallas sieren om de mogelijkheden van een systeem dat uitgaat van de lobby-ontvanger in plaats van de lobby-zender eens te onderzoeken in plaats van de gatenkaas van lobbyregels uit Washington half in Brussel te kopiëren.
WASHINGTON POST, 27 nov. 2009 - Hundreds, if not thousands, of lobbyists are likely to be ejected from federal advisory panels as part of a little-noticed initiative by the Obama administration to curb K Street's influence in Washington, according to White House officials and lobbying experts.
The new policy -- issued with little fanfare this fall by the White House ethics counsel -- may turn out to be the most far-reaching lobbying rule change so far from President Obama, who also has sought to restrict the ability of lobbyists to get jobs in his administration and to negotiate over stimulus contracts.
The initiative is aimed at a system of advisory committees so vast that federal officials don't have exact numbers for its size; the most recent estimates tally nearly 1,000 panels with total membership exceeding 60,000 people.
Under the policy, which is being phased in over the coming months, none of the more than 13,000 lobbyists in Washington would be able to hold seats on the committees, which advise agencies on trade rules, troop levels, environmental regulations, consumer protections and thousands of other government policies.
"Some folks have developed a comfortable Beltway perch sitting on these boards while at the same time working as lobbyists to influence the government," said White House ethics counsel Norm Eisen, who disclosed the policy in a September blog posting on the White House Web site. "That is just the kind of special interest access that the president objects to."
But lobbyists and many of the businesses they represent say K Street is being unfairly demonized by a White House intent on scoring political points with scandal-weary voters. They warn that the latest policy will severely handicap federal regulators, who rely heavily on advisory boards for technical advice and to serve as liaisons between government and industry.
"It's taken me years to learn what the General Agreement on Tariffs and Trade is," said Robert Vastine, a lobbyist for the Coalition of Service Industries who also serves as chairman of a trade advisory board. "It's a whole different and specialized world. It is not easily obtained knowledge, and they are crippling themselves terribly by ruling out all registered lobbyists."
‘Bureaucratic labyrinth’
Vastine is deeply familiar with the system because he helped create it as a top Senate Republican staffer during the early 1970s, when Congress approved the Federal Advisory Committee Act. The result, as Vastine puts it, is a "bureaucratic labyrinth" that has expanded to include virtually every aspect of the sprawling federal government, from the 179-member National Petroleum Council, which closely advises the Department of Energy, to the influential Defense Policy Board, which wielded enormous clout in the decision to go to war in Iraq.
According to the most recent estimates from the General Services Administration, 52 government agencies use 915 advisory committees organized under the law, with a total membership of more than 60,000. Other estimates put the figure at about 1,000 panels. Federal officials say they do not know how many panel members are lobbyists.
Most committee members receive no pay for their participation. They often are urged to take part by companies, trade groups or advocacy organizations that hope to sway government decisions to their advantage. While their operations vary, the panels tend to hold open meetings and issue reports and recommendations, and they often wield significant influence with policymakers because of their expertise in arcane subjects, from nuclear plant safety to wild burro management.
Administration lawyers determined that they couldn't ban lobbyists from advisory committees directly because most of the panels are overseen by individual agencies rather than the White House; so Eisen encouraged -- rather than ordered -- the prohibition. Nonetheless, administration officials said, most Cabinet secretaries have implemented the recommendation, usually by barring renewals or new appointments for lobbyists
Voor EU-burgers
Lever uw bijdrage aan de vormgeving van het Europese beleid en doe mee aan een van de raadplegingen
De Europese Unie heeft 27 lidstaten.
16 lidstaten van de Europese Unie gebruiken de euro als hun valuta:
 België
 Duitsland
 Ierland
 Griekenland
 Spanje
 Frankrijk
 Italië
 Cyprus
 Luxemburg
 Malta
 Nederland
 Oostenrijk
 Portugal
 Slovenië
 Slowakije
 Finland
Niet-deelnemende landen:
Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Roemenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk zijn EU-lidstaten maar gebruiken thans niet de gemeenschappelijke Europese munt.
|